Waalse landlopers

In veel reizigersstambomen in Brabant zie je in de eerste helft van de 19e eeuw Fransklinkende namen, vooral in de moederlijnen. Hoe is dit te verklaren?

Landlopers

In de tweede helft van de 18e eeuw kwamen er veel Waalse landlopers naar Brabant. Ze kwamen vooral uit dorpen in de omgeving van Luik. Straatarm en haveloos liepen hele gezinnen de dorpen af. Vrouwen en kinderen schooiden langs de huizen of zongen liedjes. Soms bespeelden ze daarbij een eenvoudig muziekinstrument, zoals de triangel. Mannen en jongens verkochten aan de deur voorwerpen die gemakkelijk meegedragen konden worden; spijkers, linten, naalden. Of ze boden zich aan als schoenmakers. Wanneer deze mensen werden aangehouden vertelden ze op zoek te zijn naar boerenwerk. ‘s-Winters zouden ze terug naar hun dorp gaan, in het Luikerland. Ze vertelden vaak dat ze ook in Luik al geen vaste woonplaats hadden. Kermissen en markten waren populaire ontmoetingsplaatsen voor deze Waalse landlopers. Veel van deze gezinnen wisselden van samenstelling wanneer een van de gezinsleden wegviel, door detentie of dood. De ouders waren meestal ongehuwd, de kinderen buitenechtelijk. De Walen waren allemaal katholiek. Hoewel er dus niet vaak getrouwd werd, lieten ze hun kinderen wel dopen. Op het hoog waren het economische vluchtelingen die er het beste van probeerden te maken.

“Gaauwdieven en huijsbreekers”

Voor een flink aantal van deze landlopers was de grond in het Luikerland te heet onder de voeten geworden. De mannen en jongens waren daar betrokken geweest bij inbraken en gewelddadige overvallen. In Noord-Brabant en Gelderland gingen ze er mee door. De vrouwen namen geen deel aan de overvallen, maar traden op als verkenners en helers van gestolen goederen. Vanaf ongeveer 1780 tot 1805 vonden er verschillende grote strafprocessen plaats als gevolg van zulke misdaden. Men had het wel over Luikse bendes. Ik gebruik dit woord liever niet, omdat het mij nog niet duidelijk is hoe opzettelijk hun organisatie was. Ondanks de bestuurlijke versnippering van de regio communiceerden de gerechtelijke instanties intensief met elkaar. Zo voorzag de politie van Luik de Raad van Brabant van lange lijsten met suspecte personen waar de procureurs goed mee uit de voeten konden. Ook was er uitwisseling tussen het Schoutambt Zutphen en de Brabantse procureur-generaal, en tussen plaatselijke autoriteiten en de procureur-generaal. Gedetineerden werden herhaaldelijk met elkaars gezichten, namen en verklaringen geconfronteerd.

Schuldig

Veel mannelijke landlopers werden schuldig verklaard en opgehangen, ofwel veroordeeld tot (levens-) lange gevangenisstraffen. Hun vrouwen werden gegeseld, te pronk gesteld en verbannen. Of in tuchthuizen opgeborgen. Of ze allemaal schuldig waren naar huidige maatstaven is de vraag. De bewijslast omtrent de deelname aan de gewapende overvallen was soms erg mager. Maar omdat landloperij alleen al een delict was, net als ongehuwd samenleven, was het bot gezegd prijsschieten op deze mensen. Schuldig waren ze toch wel. En sommigen waren schuldiger dan anderen: er zaten wel degelijk hele zware jongens bij.

Reizigersbloed

De vrouwen en kinderen die buiten schot wisten te blijven, of die na enkele jaren vrij kwamen, bleven aan de rand van de samenleving opereren. Ze keerden niet terug naar het Luikerland. Zo veel mogelijk buiten het zicht van de autoriteiten bleven ze in beweging. Ze maakten ze iets van niets. Ze sloten zich aan bij lokale scharrelaars; venters, ruilebuiters, mattenmakers, schaarslijpers, kermiszangers, marskramers, pottenkruiers. Sociale verschoppelingen die al met één been buiten hun dorpsgemeenschap stonden. Misschien dat het juist de Walen waren die de Brabantse families inspireerden om verder te reizen dan ze gewend waren. Zij waren het immers al gewend, sommigen al meerdere generaties.

Samenleving binnen een samenleving

Ik ben bezig met een inventarisatie van deze Waalse immigranten. Wie waren zij en hoe zagen zij zichzelf? Bewoners in dorpen kregen hun waarden en normen mee via familie, de woonomgeving, de kerk, het onderwijs, een wettelijk kader en/of onderlinge sociale controle. Voor deze reizende Walen was er geen sprake van buren, een parochie, onderwijs of een wettelijk kader. Welke waarden en normen waren voor hen belangrijk, en (hoe) werden die doorgegeven naar volgende generaties? Hoe zag hun samenleving eruit? Wat was voor hen “thuis”? Hoe functioneerde hun netwerk, wie communiceerde met wie? Hoe bewogen zij zich door het landschap? De processtukken zijn hierbij een belangrijke bron. Hierin vertellen de gedetineerden immers ook over vriendschappen, relaties en locaties. Daarnaast gebruik ik genealogische bronnen. Concreet ben ik eerst alle namen aan het invoeren in een database. Een hele klus, omdat ze ook bijnamen gebruikten. Daarna probeer ik hun samenwerkings- en familierelaties in kaart te brengen, en hun migratieroutes. Ik probeer zo een inkijkje te krijgen in de interne logica van hun samenleving.

Wordt vervolgd…

Heb je hier tot nu toe vragen over, of heb jij zelf een Waalse voorouder, stuur mij gerust een berichtje, dan kan ik kijken wat ik van deze persoon weet. Meer lezen over reizigers? Kijk dan eens hier.

Afbeelding: Ilya Repin – two pilgrims (circa 1878, Moscow’s State Tretyakov Gallery)

Misschien ook interessant...?

Je emailadres wordt niet getoond. Naam en email zijn verplicht