Uit opa’s liedjesschrift (1): De Moord te Raamsdonk

De Moord te Raamsdonk, een lied met heel erg veel variaties. De variant die mijn opa heeft opgeschreven is een zeer expliciete versie met een bizarre afloop

Te Raamsdonk woonde man en vrouw
Die zwoeren elkaar eeuwig trouw
De man had geld, de vrouw had geld
Daar zijn dieven erg op gesteld
De eerste rover heette Ben
Die had erg last van zweetvoeten
De tweede rover heette Klaas
Die had een kop als een varkensblaas
De derde rover heette Frank
Daar hou je ’t niet uit van de stank
De vierde rover heette Piet
Meer rovers waren er niet
De dieven kwamen vol ijver
Met een groot breekijzer
Ze waren in het vak zeer bekwaam
Ze kropen door het schijthuisraam
De meid die op de pispot zat
Die kreeg de scherven door haar gat
De oude Sis nam vlug een pan vis
En sloeg ze op hun verdommenis
Tuinman Pieter nam de gieter
En sloeg ze op hun sodemieter
De oude heer lag in z’n bed
En werd zomaar op z’n kop gezet
De vrouw des huizes werd vermoord
Met honderd el gordijnenkoord
De oudste dochter, een schone maagd
Werd zo maar door midden gezaagd
Het jongste kind, zo wit als een lijk
Lag te zwemmen in z’n slijk
Het andere kind was ook niet groot
Die werd och germ geheel ontbloot
De oudste meid in al haar pracht
Werd wel 3 maal verkracht
Een ouwe tang werd zo bang
Ze scheet wel 3 uur lang
Kleine Piet die lieve guit
Die dreef in z’n bloed de voordeur uit
De roverman moest op de pot
Maar de deur zat helaas op slot
Dat stelde hem erg teleur
Toen deed hij het maar voor de deur
De vierde rover met een baard
Piste toen in de parapluiestandaard
De een was ook geheel ontbloot
En scheet tegen de tafelpoot
De ene had net z’n poeper dicht
Of de ander had hem beentje gelicht
Toen kwam er een oude politieagent
En vroeg: van wie is toch dit end
Hij trok z’n sabel uit de schee
En mikte door het raampje van de plee
De burgemeester kwam terstond
En constateerde direct: het is verse stront
Maar na een jacht van drie uur lang
Waren ze toch allen de pisang
Toen zij kwamen bij het schavot
Vroeg Ben weer naar de pot
Toen zij het schavot beklommen
Riepen zij: het kan ons niks verdommen
Toen zij eindelijk aan de galg hingen
Begonnen ze “Wien Nederlands bloed” te zingen
Maar Piet die kon de wijs niet houden
En brulde het Wilhelm van Nassaue
Dit is het einde van dit droeve verhaal
Het is waar gebeurd, het was een groot kabaal

***

Meer uit opa’s liedjesschrift hier, hier en hier. Dit is een gedicht van zijn hand. Lees hier hoe het hem verging tijdens de tweede wereldoorlog.

Afbeelding afkomstig van de Koninklijke Bibliotheek, meer informatie over het lied is onder andere op Tilburgwiki en Wikipedia-pagina te vinden.

Misschien ook interessant...?

Je emailadres wordt niet getoond. Naam en email zijn verplicht