De heilige oorlog van Jan van Kuyk

Arm, maar assertief

In het register van het Zouavenmuseum kwam ik tot mijn verrassing een oude bekende tegen: Jan van Kuyk, geboren in Zeelst op 16 januari 1823. Ik kende Jan als een dwarsligger, een vagebond, een dronkenlap. Op zijn oude dag lukte het weven hem niet meer. Ook was hij dakloos geworden. Hij eiste dat de burgemeester van Zeelst voor hem zou zorgen. Het verzoek was op zich heel redelijk: hij had geen onderdak en geen inkomsten, daarom verzocht hij om onderstand. Maar zijn toon was niet onderdanig, zoals van een arme man verwacht werd. Jan van Kuyk kende zijn plaats niet! De burgemeester weigerde dus. Jan schold hem uit: “Smeerlap! Je hebt je verrijkt met het bloed van de arme mensen!” Zo kreeg Jan alsnog zijn onderstand; zes dagen in de gevangenis van Den Bosch omdat de burgemeester beledigd was. Een andere keer was hij helemaal naar Den Bosch gestrompeld om zichzelf daar te melden bij de marechaussee: “Ik ben een landloper. Arresteer mij maar!” Dat gebeurde. Zo stelde hij weer twee weken water en brood veilig. Dat Jan van Kuyk een zouaaf was geweest wierp voor mij een heel nieuw licht op zijn leven.

Zouaven?!

Rome? Nee, Oudenbosch!

In 1861 werd de pauselijke staat bedreigd door de Italiaanse nationalisten. Paus Pius IX deed een oproep aan alle Rooms-Katholieke ongetrouwde jongemannen om het pauselijke grondgebied te komen verdedigen. Onder leiding van een Franse generaal werd er een internationaal leger van vrijwilligers opgericht, het Regiment der Pauselijke Zouaven. Er zijn veel parallellen met de mannen die zich aansloten bij Islamitische Staat, als je er over nadenkt. De vrijwilligers waren vaak jongemannen die hun plek in de samenleving niet hadden kunnen vinden. Er waren er veel bij die zich in de samenleving vanwege hun geloof gediscrimineerd voelden. Ze werden gedreven door hun geloofsovertuiging, en waarschijnlijk ook door zucht naar avontuur en heldendom. In totaal 11.000 mannen, waarvan ruim 3100 Nederlanders, gingen onder de wapenen voor de paus. Het verzamelpunt voor deze vrijwillige militairen was in Oudenbosch, in west-Brabant. Waarom Oudenbosch? Omdat daar een gedreven pastoor was, die van Oudenbosch een klein Rome wilde maken. Het is door pastoor Hellemonts dat er in Oudenbosch gebouwen gebouwd werden die bijna exacte kopieën van gebouwen uit Rome zijn. Pastoor Hellemonts was ook de drijvende kracht achter de werving en organisatie van zouaven in Brabant.

Ten strijde!

In Oudenbosch kwamen de vrijwilligers dus bijeen. Leeftijd was kennelijk geen bezwaar, want Jan was al 38 jaar. Hij doorstond de medische keuring en kreeg ter plekke een militaire training. Vervolgens reisden de mannen via Brussel en Marseille naar Rome. Natuurlijk was de propaganda anders dan de dagelijkse realiteit. Slecht uitgerust en slecht getraind, wonnen de zouaven wel een belangrijke slag, maar de oorlog werd verloren. Ook stierven er heel wat aan besmettelijke ziekten. In 1870 was het afgelopen, de paus trok zich terug in het Vaticaan en de meeste vrijwilligers keerden terug naar huis. Door de katholieke bevolking werden ze als helden onthaald. De meeste zouaven toonden hun trots op hun deelname aan deze heilige oorlog door – in elk geval tijdens kerkdiensten – hun kenmerkende tenue te blijven dragen, met die bijzondere pofbroek.

Reïntegreren

In Rome? Nee, in Oudenbosch!

Hoe was het om je weer aan te moeten passen aan het dorpsleven, waar het leven van de bevolking zich afspeelde binnen enkele vierkante kilometer? Waar niemand zich een voorstelling konden maken van jouw ervaringen –  niet alleen die heftige taferelen op het slagveld, maar ook de vriendschappen, en de indrukken van het overweldigende buitenland? Jan had geen warm thuisfront dat hem opving en naar hem kon luisteren. Het zal hem niet meegevallen zijn. Jan overleed op 22 februari 1881 in Zeelst.

Ik vond in het register nog twee jongens uit Zeelst, die meegingen op oorlogspad:

Pero, H. (Hendrik), Zeelst, 1839-03-26
Ven, W. van de (Wilhelmus), Zeelst, 1850-04-14

***

Jan kwam al eerder voor in een verhaal van mij, je leest het hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *