Geile slaapmutsen

Antwerpen, 1918. De stad had het praktische beleid om prostitutie niet te verbieden, maar de prostituées te registeren en door de gezondheidsdienst te laten onderzoeken op geslachtsziektes. Onderzochte personen kregen een vergunning in de vorm van een boekje. Verschillende sekswerkers meldden zich uit zichzelf om geboekt te worden, anderen werden door de politie naar de gezondheidsdienst overgebracht. Soms na klachten van klanten over “ziekmaking”, maar vaker doordat ze betrapt waren op het werven van klanten op openbare plaatsen. In het register van de zedendienst werd een uitgebreid dossier per vrouw aangelegd. De dossiers met foto’s heb ik onlangs doorgebladerd. Vastgelegd werd onder andere de leeftijd van eerste geslachtsgemeenschap, eventuele verslavingen, familieomstandigheden, enzovoort. Er werd veel ruimte ingeruimd om de volgende vraag te beantwoorden: Ten gevolge van welke omstandigheden heeft zij zich aan de ontucht overgeleverd? Dit leverde interessante verhalen op. De eerste wereldoorlog bleek een grote invloed te hebben gehad op de levens van veel geboekte vrouwen. Velen kwamen uit gebroken gezinnen, een mislukt huwelijk en armoede, maar er waren ook weglopers en experimenteerlustigen bij. Naar ik schat zo’n tachtig procent van de geregistreerde vrouwen werkte daadwerkelijk als sekswerker.

Zo niet Anna Catherine Bulinckx. Anna Catherine was ook op een ander terrein een uitzondering: ze had onderwijs genoten tot haar zeventiende jaar, waarvan de laatste Anna Catharina Bulinckxjaren op een kostschool, ze was vermoedelijk Franstalig, en praktiserend katholiek tot haar vijfentwintigste jaar. Kort na het beëindigen van haar schoolcarrière was ze getrouwd en moeder geworden van twee dochtertjes, waarvan er een overleden was. Toen ze geboekt werd, na anonieme tips uit haar omgeving, was ze bijna dertig. Anna Catherine verklaarde dat ze getrouwd was geweest met een schipper. Die was in de eerste wereldoorlog veroordeeld wegens zedenschennis en aanslag op minderjarige meisjes. Anna Catherine kreeg vervolgens een relatie met een gehuwd man. Zij nam een minnaar, zoals het rapport dat uitdrukte. Verder stond er: Bij het onderhoor was zij draagster van het boek Scènes d’Amour Morbide van Dr. Caufeynon. Zij verklaarde veel boeken van zulken aard te lezen. Anna Catherine was kennelijk geen sekswerker. Ze was gewoon geïnteresseerd in erotiek en leidde een leven dat door haar omgeving als losbandig werd beschouwd.

Ik was geïntrigeerd door deze boekentip uit het verleden. Dr. Caufeynon blijkt een pseudoniem te zijn, de schrijver van de lectuur die Anna Catherine graag las heette Jean Fauconney. Zijn andere pseudoniem was Docteur Jaf. De identiteit van de man blijft schimmig, maar rond 1900-1910 schreef hij de volgende populair-wetenschappelijke werken:

  • Les Messes Noires- Le Culte de Satan-Dieu
  • La Volupté Et Les Parfums: Rapport Des Odeurs Avec Le Sens Génital
  • Les Tatouages
  • L’Amour Secret
  • Le Conseiller Secret des Dames
  • Abberrations : Folies & Crimes du Sens Génital
  • La Masturbation et la Sodomie Féminines
  • Avant, Pendant, Après : Hygiène et Préservation
  • Fonctions et Désordres des Organes de la Virilité
  • L’Euneuchisme
  • Sens Génital
  • La Génération Solitaire
  • Les monstres humains; histoire, superstitions, croyances populaires formations, anomalies phénomènes
  • La Virginité: l’hymen, défloration, la continence et le célibat, le viol
  • Physiologie Du Vice
  • Maladies des Femmes
  • Le mariage et Son Hygiène

Een genre dat doet denken aan de shock docs en sensatiereportages op sommige publieke televisiezenders: Zestien en Bejaard, Verslaafd aan Masturberen, Bezeten door Beesten. Scenes d’Amour Morbide heb ik jammer genoeg niet kunnen traceren. Om een beeld te krijgen van het genre heb ik daarom La Perversion Sexuelle gelezen, verschenen in de Bibliothèque Populaire des Connaissances Médicales. Medische kennis, huh-huh… Het is niet waarschijnlijk dat mensen die dit werkje lazen erop uit waren om hun medische kennis te vergroten. Dat blijkt wel uit het overige aanbod van uitgever Offenstadt, dat achter in het boekje geadverteerd wordt. Titels als: het Maagdengraf, De Incestpleegster, Vrouwelijke Geliefden, Van het Ene Bed naar het Andere, Almanak van het Rode Slipje. Verder kan men er militaire romans, werkjes met pikante humor, «artistieke en tegelijkertijd suggestieve postkaarten” over het haremleven, geïllustreerde erotische albums en zelfs iets over auto’s (! We schrijven 1904) verkrijgen.

CURIOSA-LA-PERVERSION-SEXUELLE-DOCTEUR-JAF-1905
Hetzelfde boek, andere editie, met als auteur Le Docteur JAF

In La Perversion Sexuelle behandelt Dr. Caufeynon achtereenvolgens het fetisjisme, exhibitionisme, masochisme, sadisme, necrofilie, bestialiteit en “seksuele afwijking bij de vrouw”. Hij doet dit door per onderwerp een omschrijving te geven, en vervolgens een aantal casussen te beschrijven. Erg klinisch zijn deze niet. Hij citeert veel uit werken van gerenommeerde psychiaters. De namen van Moll, Von Krafft-Ebing, Mantagazza, Thoinot, Magnon, Dr. Garnier, Motet, Dr. Roubaud, Charcot, Lassègue, Sacher Masoch, Hammond, Nietzscher (sic), Tarnowski, Canterano, Markies de Sade, Blumroeder, Brierre de Boismont, Hoffman, Mac Donald, Ulrich, V. de Zastrow, Verzéni, Lombroso, Moreau, Méchéa, Maschka, Kowolewski en Dr. Tardieu komen voorbij. Hij geeft echter geen bronmateriaal, het citeren gaat terloops, zoals “Iemand vertelde Moll dat…”. Mijn indruk is dat Dr. Caufeynon een leunstoelwetenschapper was; iemand die geen of weinig eigen onderzoek deed of patiënten behandelde, maar zijn schrijfsels destilleerde uit het werk van medici en psychiaters.

Von Krafft-Ebing is veruit de meest geciteerde dokter in het boek. Dit is grappig, omdat Richard Von Krafft-Ebing bij zijn onderzoek naar Psychopathia Sexualis zich zo academisch mogelijk uitdrukte, en de meest saillante stukken in het Latijn schreef, om te voorkomen dat mensen buiten zijn doelgroep – zijn medische en juridische vakbroeders – zich hieraan zouden verlustigen. Dr. Caufeynon maakte zijn eigen vertaalslag, voegde hier en daar een beetje sjeu toe en schreef bestsellers, te koop voor 1 Frank.

De casussen gaan veelal over mannen uit gegoede families, die moreel of financieel aan lager wal zijn geraakt. De twijfelachtige implicatie is dat het er daar heel wat losbandiger aan toe gaat dan in de “betere” kringen – vandaar die rare neigingen. Alleen het laatste hoofdstuk had vrouwen als onderwerp van de casus, het ging hierbij over een vrouw (een gravin natuurlijk) die als man door het leven ging aan de zijde van een vrouw. Niet erg spectaculair in vergelijking met de beschrijving van de Chinese eendenruiters in het hoofdstuk bestialiteit.

Het interessantste was wat mij betreft het hoofdstuk over fetisjisme. Fetisjisme is door Dr. Caufeynon omschreven als het seksueel opgewonden raken van voorwerpen, in plaats van door de vrouwelijke genitaliën. Hij beschrijft casussen van mannen die opgewonden raken door schoenen, natte kleding of ondergoed. Waar ik echter nooit bij stilgestaan had, is dat voorwerpen natuurlijk aan tijd gebonden zijn. Dat geldt ook voor de symboolwaarde van voorwerpen voor een fetisjist. Waar schoenen en ondergoed ook tegenwoordig alom gedragen worden, is dat anders voor bijvoorbeeld zakdoekjes. In de tijd van Caufeynon hadden veel vrouwen een zakdoek van een fijne stof, die zij versierden met borduursel of een monogram. Zakdoeken werden steeds opnieuw gewassen en waren dus een intiem kledingstuk.  Caufeynon stelde dat “veel fetisjisten” opgewonden raakten van de zakdoek van een vrouw; als zij een puntje er van uit haar zak liet hangen zou de fetisjist haar volgen als een hondje. Tegenwoordig gebruikt iedereen wegwerptissues, dat zal heel wat minder erotisch zijn. Het voorwerp is onpersoonlijk geworden, en daardoor is de lading verdwenen. Bij een andere fetisj die Caufeynon beschreef geldt dat het voorwerp zelf in onbruik is geraakt, en daardoor ook deze vorm van fetisjisme: het zal veel moeite kosten om iemand te vinden die nog seksueel opgewonden raakt van slaapmutsen. Slaapmutsen zijn er simpelweg niet meer, en daardoor is ook de symboolwaarde (slapende vrouw in bed) verdwenen.
Zo zie je maar, zelfs voor mij was het leerzame kost. Voor een brave katholieke huisvrouw in Antwerpen zal er door de lectuur van Dr. Caufeynon en consorten een wereld zijn opengegaan!

***

Wil je meer verhalen lezen over prostitutie in de negentiende eeuw? Lees hier over Dolle Griet, Piet de Mop en Johanna Condaar. Over eigenzinnige en bijzondere vrouwen vind je ook veel op mijn site. Wat te denken van een kindermoordenares, een vrouwelijke struikrover en die arme Barbara Aardappel Niemendal. Over psychiatrie kun je hier veel vinden.

Bronnen:

  • Felixarchief: archieven gezondheidsdienst
  • Dr. Caufeynon: La Perversion Sexuelle (1904), Gallica
  • Wikipedia: Richard Von Krafft-Ebing
  • Wikipedia: seksueel fetisjisme

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *