Mijn voordracht over Peerke’s hut, ter gelegenheid van de boekpresentatie "Post uit Zeelst" 25/11/2017 in Huize Sele

Dit is ongeveer mijn voordracht die ik op verzoek van de heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis heb gehouden ter gelegenheid van de boekpresentatie.

“Mij is gevraagd wat te vertellen over mijn betovergrootvader Peer van Brussel die op deze ansichtkaart staat. Het was een hele ontdekking een paar maanden geleden toen vast kwam te staan dat het mannetje op de foto echt mijn voorouder was!

Over mijzelf
Ik ben al wat langere tijd bezig met stamboomonderzoek. Maar alleen maar namen verzamelen, een kwartierstaat maken, vond ik gauw saai worden. Ik wilde weten hoe het met hen ging. Waarom leefden al die mensen zoals ze deden? Dat uit te vinden, is heel wat spannender. En dan vooral over mensen aan de onderkant van de samenleving, die niet in de geschiedenisboekjes voorkomen. Als u het leuk vindt, kunt u eens een kijkje nemen op mijn website: brusselsekermis.blog (inmiddels vervangen door vruger.nl). Ik schrijf daarin niet alleen over Zeelst, maar over allerlei personen, situaties en gebeurtenissen in het Brabant van vroeger. Verder werk ik aan een roman met de werktitel De Zeelster zonderling. De Zeelster zonderling was de broer van onze Peerke van Brussel. Dus dat verklaart dat ik hier nu voor u sta.

Twee dingen
Peerke van Brussel en ik zijn beiden met een andere achternaam geboren! Eerst ga ik uitleggen hoe het kan dat hij Peer van Brussel werd genoemd, terwijl hij zo niet heette. Vervolgens vertel ik waarom hij een kluizenaar genoemd werd, maar dat niet was.

De wevers van Zeelst
Eerst wil ik u mee terug in de tijd nemen. Zeelst was in de eerste helft van de negentiende eeuw een dorp, waarin een groot deel van de inwoners werkzaam was als wevers. De wevers waren van oorsprong thuiswevers, maar er kwamen meer en meer fabrieken. U kent waarschijnlijk de fabriek van Weduwe van Nuenen? Ook de burgemeesters hadden hun eigen fabrieken. De provincie Noord-Brabant noteert in 1852:

Te Zeelst zijn belangrijke fabrijken in linnen en pellen, die aan vele wevers werk verschaffen en in 1851 zeer bedrijvig waren.

Dat neemt niet weg dat de wevers tot de onderklasse van het dorp behoorden. Ze woonden vooral op Cobbeek, in hutten van hout en gevlochten takken die met leem waren ingesmeerd. Armoede troef en met hoge kindersterfte.
De ambachtslieden, winkeliers en fabrikanten woonden in het dorp en op de heuvel.

Peerkes oma: Joanna Janssens
Om uit te leggen waar de naam Van Brussel vandaan komt moet ik u nu vertellen over Peerkes oma Joanna Janssens. Zij kwam uit het dorp zelf. U heeft misschien wel gehoord over weduwe Van Nuenen, die succesvolle linnenfabrikante? Dat was haar nicht. Oma Janssens deed in haar jeugd iets wat heel ongebruikelijk was: ze trouwde al toen ze twintig was! Terwijl bijna alle meisjes in die tijd pas trouwden na hun vijfentwintigste. En ze trouwde met een arme wever, Hendrik de Greef. Maar Hendrik de Greef stierf heel jong, hij liet helemaal niets na. Johanna Janssens had drie kleine kindjes. Jan van Brussel had een kloek stenen huis met smederij hier in de dorpskern. Hij was al wat ouder, een weduwnaar zonder kinderen. Joanna trouwde met hem, maar het lijkt erop dat Jan van IMG-20171127-WA0001Brussel niet voor haar kinderen wilde zorgen. Ze werden namelijk bij familie De Greef ondergebracht, en leerden het weversvak, net zoals hun vader, grootvader en ooms. Joanna kreeg met Jan van Brussel nog drie kinderen. Die leerden van hun vader het smidsvak, en waren in financiële zin heel wat beter af dan de kinderen De Greef. Het was best een gekke situatie dat Joanna’s zonen zulke verschillende levens leidden. Joanna’s zoon Christiaan de Greef woonde ergens op de hei, werkte als wever en venter, en vulde zijn inkomen aan met bedelarij, en als hij wilden trouwen of zorg nodig had, moest de gemeente daarvoor betalen. De halfbroers Henricus en Paulus van Brussel werden eerbare burgers waren die in de dorpskern woonde. Ze betaalden keurig hun belastingen en hadden dan ook stemrecht, en toen hun vader overleed erfden ze verschillende percelen land, huis en erf, stal, smederij en gereedschappen.

De bijnaam Van Brussel
De kinderen en kleinkinderen uit Joanna’s eerste huwelijk bleven aangeduid worden als Van Brussel. Een beetje wrang dus, aangezien Jan van Brussel kennelijk niets gedaan heeft om hun toestand te verbeteren. Dus de hele verschillende huwelijken die Joanna Janssens sloot verklaren de bijnaam van Peer en verklaren zijn armoeiige omstandigheden.

Opgroeien op Cobbeek
Peer en zijn broer waren dus de kinderen van Christiaan de Greef, de kleinkinderen van onze Joanna Janssens. Peer groeide op in de schaduw van zijn grote broer. Zijn broer was zeker vijftien centimeter groter dan hij, heel donker en voor de duvel niet bang. Peer hobbelde waarschijnlijk wel met hem mee. Ze kwamen al jong in aanraking met justitie. Niet omdat het zulke kwajongens waren, maar omdat ze hout sprokkelden en visten zonder vergunning, kleine overtredingen die veel weverskinderen begingen. Geldboetes konden ze niet betalen en zo belandden er een heel aantal achter de tralies. Peer zat voor het eerst in de gevangenis toen hij net twaalf jaar was.

Peers beroep
Peer werd een wever, we weten helaas niet voor welke fabrikant hij weefde. We weten wel dat hij altijd in armoedige omstandigheden bleef. De duidelijkste aanwijzing is wel dat hij in 1894 in Hoogeloon van de straat werd geplukt door de veldwachters, op verdenking van bedelarij. Na tien dagen gevangenisstraf zei de rechter dat er geen spoor van bewijs was voor bedelarij, en dat hij onmiddellijk vrijgelaten moest worden.

Peers huwelijk
Peer trouwde met Anna in 1876. Ze kregen vijf kinderen, een zoon en vier dochters. Wat kunnen we over Anna vertellen? Misschien kunnen we inschatten hoe zij was als we kijken naar haar dochters en haar moeder. Over twee van die dochters weet ik dat het pittige vrouwkes waren. En Anna’s moeder was volgens oude kranten een klein kijfachtig vechtersbaasje. Kunnen we hieruit Anna’s karakter een beetje afleiden? Anna had alleen maar broers, en dat waren ook jongens flinke vechtersbazen en ruziezoekers waren. Dus Anna, ook al was ze maar 1,44, stond wel haar mannetje. En zat vermoedelijk die goeiige Peer op zijn kop. Vooral toen bleek dat hij niet genoeg beurde en zij uit bedelen moest gaan. Toen de kinderen in de puberleeftijd waren, liet ze Peer in zijn hutje achter. Zij ging met de kinderen in de hut van haar overleden ouders wonen. Officieel gescheiden zijn ze nooit, maar de gemeente maakte er wel een aantekening van.

Arbeidsmigratie
Alle vijf de kinderen vertrokken uit Zeelst toen ze een jaar of achttien waren. Rond de eeuwwisseling vertrokken veel arme Zeelstenaren uit het dorp. Er waren natuurlijk fabrieken in Zeelst, maar daar heersten haast feodale omstandigheden. In de grote steden waren fabrikanten met meer verlichte ideeën, die wisten dat gelukkig werknemers productievere werknemers waren. Dus de meeste armen kozen eieren voor hun geld, ze gingen naar Eindhoven waar genoeg werk was tegen betere arbeidsomstandigheden, onder andere in de bekende gloeilampenfabriek. Peer deed dat niet, hij bleef waar hij was. Misschien was hij te oud en al wat gebrekkig geworden. Misschien was hij gewoon honkvast. Of misschien had hij niemand meer die hem achter de vodden aanzat. Waarschijnlijk leefde hij op zijn oude dag van liefdadigheid.

Toerisme
Zo werd Peer een kluizenaar, terwijl hij formeel gewoon een gezin had. Maar hij kreegpeer uitgelicht nog wel eens bezoek. Want in de eerste jaren van de twintigste eeuw was er een nieuw fenomeen ontstaan: het toerisme. De mensen werkten niet meer zeven dagen per week elf uur per dag! Mensen kregen vrije tijd, en gingen uitstapjes maken, puur voor het plezier. Dat ging soms per fiets, maar de meesten gebruikten nog altijd de benenwagen. En wat doen toeristen? Bezienswaardigheden bezoeken! Zo werd Peer een toeristische attractie tegen wil en dank, bezocht door wandelaars en fotografen.

Overlijden van Peer
Peer stierf op 7 januari 1916 in het Liefdehuis, hij was 67 jaar oud geworden. Een gezegende leeftijd gezien zijn leefomstandigheden. Hij heeft nooit geweten dat hij meer dan 30 kleinkinderen kreeg, hij zou dat vast heel mooi hebben gevonden. En die kleinkinderen hebben zonder meer een beter leven gekregen dan hij het ooit gehad had. Dus zo kunnen we alsnog besluiten met een happy end.”

Meer lezen over Zeelst?
Lees hier en hier hoe men woonde in de negentiende eeuw, hier over beroepen, hier over doodsoorzaken. Verhalen over markante Zeelstenaren lees je hier en hier en hier en hier.

Eén antwoord op “Mijn voordracht over Peerke’s hut, ter gelegenheid van de boekpresentatie "Post uit Zeelst" 25/11/2017 in Huize Sele”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *