Geen vetpot in Coudewater (1870-1885)

Jacobus de Greef, de Zeelster zonderling waarnaar ik al langere tijd onderzoek doe, bracht in de zomer van 1876 enkele maanden door in het Krankzinnigengesticht Coudewater bij Rosmalen, nadat hij mensen had aangeklampt op de jaarmarkt in Oirschot en zo “last en schrik” had veroorzaakt. Natuurlijk ben ik nog steeds heel benieuwd wat zijn diagnose volgens het gesticht Coudewater was, welke dagbesteding hij daar had en hoe hij zich in het gesticht gedroeg. Jammer genoeg zijn de patiëntdossiers van Coudewater niet toegankelijk voor belangstellenden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van het Rijkskrankzinnigengesticht Medemblik of het Zinnelozenhuis Antwerpen. Gelukkig heb ik nu een werkje gevonden dat toch hele mooie inkijkjes geeft in het reilen en zeilen van het gesticht: “het verslag van het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen “Coudewater” te Rosmalen over het vijftienjarig tijdvak van 1870-1885″, dat geschreven is door de geneesheer-directeur Dr. Pompe en de 2e geneesheer Dr. Van der Kroon.

Zowel mannelijke als vrouwelijke patiënten waren in vier klassen verdeeld, afhankelijk van het tarief dat voor deze patiënten betaald werd. De patiënten in de eerste klasse verbleven in geriefelijke onderkomens met mahoniehouten meubelen, een eet- en slaapvertrek met kachels in beide ruimtes, prenten aan de muren, gordijnen en een bedhemel, en een pianola. Ze aten van porseleinen borden met glaswerk en “pleet-zilver” bestek. Patiënten die op kosten van de gemeente verpleegd werden, de zogenaamde “arme krankzinnigen”, waren er echter in de grote meerderheid. Zij vielen in klasse IV. Zij sliepen op slaapzalen in ijzeren kribben met een kist er naast die dienst deed als stoel, als opbergmeubel voor de nachtpot en kledingbergplaats. Als zitmeubels hadden zij de befaamde Amerikaanse stoelen van C. Teurlincx uit Oirschot. Alleen in de verblijfs-/eetruimte was een kachel. Zij aten van geëmailleerde borden met ijzeren of vertind bestek.

Het ligt voor de hand dat het dieet van de verschillende klassen ook uiteenliep. De dokters van Coudewater beschrijven het nauwkeurig:

Klasse I:
Ontbijt: pistoletjes, witbrood, roggebrood, boter, thee met melk en suiker, rookvlees, ham of koud vlees. Op visdagen Leidse of Goudse kaas, peperkoek.
2e ontbijt: koffie met melk en suiker, 2 beschuiten, een kop bouillon of een glas zoete melk.
Middageten: vleessoep, 2 warme vleesschotels, groenten met aardappelen, dessert en vruchten. Op zondag een extra tussengerecht met wild of kip. Op visdagen: magere of groentesoep, gekookte vis met aardappelen. Gebakken vis met groente, een nagerecht. Dagelijks bier.
Theedrinken: thee met melk en suiker.
Avondeten: zoetemelkse pap met rijst, vermicelli of macaroni of karnemelkse pap met siroop, boterhammen van rogge- of witbrood. Op zaterdag een ei, kaas en bier.

Klasse II:
Ontbijt: boterhammen van rogge – en witbrood, Leidse kaas, koffie met melk. Op zondag in plaats van kaas koud vlees of hoofdkaas.
2e ontbijt: koffie met melk en een boterham.
Middageten: dagelijks vleessoep, 1 warme, 1 koude vleesschotel, groenten met aardappelen, bier. Op zondag een extra tussengerecht van meelspijzen of gebak. In de zomer een dessert van vruchten. Op visdagen: verse vis met aardappelen, gedroogde of gezouten vis met groenten of 2 eieren, dessert.
Theedrinken: thee met melk.
Avondeten: zondag en donderdag: zoetemelkse pap met boterhammen of karnemelkse pap met suiker en siroop en een boterham met kaas. Op zaterdag boterhammen met kaas, thee of bier.

Klasse III:
Ontbijt: boterhammen van rogge- en witbrood, koffie met melk. Zondags een stukje kaas.
2e ontbijt: geen
Middageten: elke dag warm vlees met groente en aardappelen, brood, bier. Op zondag en donderdag vleessoep vooraf. Op visdagen gedroogde of gezouten vis met aardappels en groenten, dessert van meel, rijst of gort, brood erbij. Dagelijks bier.
Theedrinken: thee met melk, een boterham.
Avondeten: zoetemelkse of karnemelkse pap met brood.

Klasse IV:
Ontbijt: dagelijks boterhammen van roggebrood, koffie met melk.
2e ontbijt: voor de werkende patiënten: een boterham en koffie met melk.
Middageten: gestampte aardappelen met groenten, op zondag rijsten- of erwtensoep. In de zomer 3 x per week vlees, 1 x spek, in de winter 2 x per week vlees, 2 x per week spek. Dagelijks bier en 2 sneden brood. Op visdagen gestampte aardappelen met gedroogde vis of gestampte aardappelen en groente met gezouten vis, brood.
Theedrinken: 3 sneden roggebrood met boter, thee met melk.
Avondeten: zoetemelkse pap met 3 sneden roggebrood met boter of 2 sneden witbrood op zon- en feestdagen. Andere dagen karnemelkse pap met rijst of gort, 3 sneden brood met boter of 2 boterhammen van rogge- en witbrood.

De hoogste klassen mochten eten zoveel zij wilden, terwijl de laagste klassen afgemeten porties kregen. De mannelijke patiënten in klasse IV verrichtten vaak fysiek zware arbeid in de landbouw of de veestallen van Coudewater, daarom kregen zij wel een 2e ontbijt.

Met behulp van de calorietabellen heb ik geprobeerd uit te rekenen hoeveel kilocalorieën elke klasse per dag binnenkreeg:

soort maaltijd                 klasse I                  klasse II                klasse III                klasse IV
ontbijt                                       627                    315                           179                         192
2e ontbijt                                  204                    179                               0                           95
middagmaal                          1017                  1014                           708                         640
theedrinken                               32                      16                           103                         388
avondmaal                               503                    334                           260                         311
totaal kcal per dag              2383                  1858                          1250                      1626

Ik moet hier bij aantekenen: het is een beetje natte-vingerwerk. Dat komt door:

a. doordat de dokters van Coudewater niet overal aantallen bij hebben gezet. Wanneer er stond “boterhammen” ben ik uitgegaan van 2 boterhammen, en ik heb zo veel mogelijk gemiddelden aangehouden.
b. doordat bepaalde spijzen  tegenwoordig een ander aantal calorieën bevatten dan toen.
c. doordat bepaalde spijzen niet meer bestaan of gegeten worden.

Met dat voorbehoud is het lage aantal kcal van klasse III en IV toch verbazingwekkend. Juist aan deze klasse werd ook minder kleding, beddengoed en verwarming verstrekt. Anderzijds waren de patiënten in deze klassen waarschijnlijk ook minder gewend. Er zullen er bij zijn geweest, voor wie het verblijf in Coudewater – alleen al door het feit dat men de zekerheid had dat men 3 x per dag te eten kreeg – een kuuroord leek.

***

De namen van zo’n 237 voorouders in Coudewater zijn inmiddels bekend! Wil je meer lezen over de psychiatrie in de negentiende eeuw? Elders op deze site vind je meer, bijvoorbeeld over eenzame opsluiting, feesten en historische diagnoses.

Bron:
Verslag van het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen Coudewater te Rosmalen, dr. L.Th. Pompe en F.J. van der Kroon, via https://archive.org.
RHC-Eindhoven: archieven van de gemeente Zeelst.

2 antwoorden op “Geen vetpot in Coudewater (1870-1885)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *