Zin en onzin over de familie R uit Oss

Oss en criminaliteit, het blijft een hardnekkige associatie. Helemaal nu Martien R – most wanted of most hunted – onder het vergrootglas van justitie en de media ligt. Martien R is een Ossenaar én een woonwagenbewoner. Dan sta je al meteen 2-0 achter, of nie?!

Het NRC wijdde op 14 februari 2020 een lang artikel aan Martien R, waarbij ook de geschiedenis van de familie R en woonwagenbewoners voorbij kwam. De teneur was dat de familie vanaf het begin af aan al bestond uit asociale profiteurs.

Volgens de krant waren het zélfs geen “klassieke reizigers”! Dat roept de vraag op: wanneer mag iemand dan wél een klassieke reiziger heten? De veemarkten van Oss hadden altijd al een regionale aantrekkingskracht op handelaren in allerlei goederen en ambachten uit de verre omtrek. In de 19e eeuw woonden veel leden van de familie R aan de Varkensmarkt, the place to be voor alle scharrelaars, handelaren en venters. Ja, ze wòònden inderdaad. In een huis. Ze ventten met een hondenkar. Door de handelscontacten en het kroegleven ontmoetten ze andere handelaren. Mannen en vrouwen. In toenemende mate trouwden ze met partners die ook in de ambulante handel zaten. Vaak hadden deze partners ouders die ook al reizend aan de kost kwamen. Klassieke reizigers dus.

Een citaat uit het artikel:

Uit interviews met oud-woonwagenwerkers die historicus en criminoloog Hans Moors heeft gehouden blijkt dat zij van oorsprong arbeiders uit Oss waren die aan het begin van de twintigste eeuw “vanwege wangedrag de stad uit werden gezet.”

Zo misschien?

Ten eerste: de familie R is erg groot. Natuurlijk waren er arbeiders onder, maar de tak waaraan Martien R ontsproten is was rond de eeuwwisseling al bezig met de overstap naar een echt reizigersbestaan, van hondenkar naar woonwagen. Ze stonden in bevolkingsregisters geregistreerd als koopman, niet als arbeider. Ten tweede: Aan het begin van de twintigste eeuw was er grote woningnood in Oss. Overlast en ruzies door overbevolking in bepaalde straten en wijkjes kwamen veel voor. Gemeentebesturen hielden zich doorgaans niet bezig met zaken als burengerucht in dat soort buurtjes, daar hadden zij immers geen last van. Ik heb in processen-verbaal en gemeentestukken uit het begin van de twintigste eeuw geen aanwijzingen gevonden van het idee dat de familie R asocialer was dan andere Osse families: sterker nog, ze kwamen er nauwelijks in voor. Dus waarom zou uitgerekend deze familie de stad uit zijn gezet? Door wie dan, voor welk wangedrag? Rest de vraag: moet je zo’n uitspraak wel reproduceren?

Nog een citaat:

De economische crisis raakt met name de arbeidersklasse in Oss hard. Mede door het vertrek van een aantal margarineproducenten naar Rotterdam loopt de werkloosheid in Oss op tot boven de 25 procent van de beroepsbevolking. Het leidt in de Oost-Brabantse stad tot armoede, woningnood, onrust en criminaliteit.

Dat klopt, maar “onze” tak van de familie R was toen al lang geen fabrieksarbeider meer. Men reisde daadwerkelijk rond met woonwagens, hoewel Oss hun thuishaven bleef.

De beruchte reputatie die de familie R in Oss nu heeft, stamt uit die tijd.

Ik ben benieuwd wat de bewijsvoering is voor deze uitspraak. In het bekende criminologische onderzoek van Nagel, “de criminaliteit van Oss” (voor het eerst verschenen in 1949) waarin zo’n beetje alle Osse criminelen uit de jaren dertig de revue passeren komen ze niet voor.

In het rapport (ik zou eerder zeggen: afstudeerscriptie) “de bevolking van een woonwagencentrum” van Herman de Beer uit de jaren zestig, komt een familie uit Oss voor met vier zonen die in 1913 in een woonwagen is gaan wonen.

Het klopt dat er een familie R met vier zonen in woonwagens woonde, als men de dochters en hun partners buiten beschouwing laat. Maar het jaartal 1913 dat genoemd wordt is volgens mij nergens op gebaseerd. Van één van de broers staat vast dat hij in 1903 al in een woonwagen woonde. De zinsnede: ‘De familie R. was daar met zeventien gezinnen en circa honderd klein- en achterkleinkinderen in 1966 nog altijd „sterk overheersend”‘ krijgt in combinatie met het begin van de alinea, over de beruchte reputatie, een lading als “intimiderend” terwijl de auteur mogelijk alleen bedoelde: “getalsmatig overheersend”. De Beer legt verder ook niet uit wat hij bedoelde met “overheersend”.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Dat woonwagenbewoners de overheid wantrouwen is niet zo verwonderlijk. De overheid heeft zelf het wantrouwen bij woonwagenbewoners gekweekt door steeds veranderend beleid, en heeft zelf de no-go areas gecreëerd door woonwagenkampen op afgelegen terreinen te plaatsen met een slagboom en prikkeldraad. Over Vorstengrafdonk staat er in het NRC:

Het kamp heeft een autosloperij, een schooltje, een kerk, een verloskamer en een wijkagent, noteert Volkskrant-verslaggever Sietse van der Hoek uit de mond van de laatste bewoners bij sluiting van het kamp in 1996.

Dat woonwagenkampen die voorzieningen hadden was gewoon een feit (en een noodzaak), maar het krijgt een dubieuze lading door het als een quote op te schrijven. Alsof ze zelfs dat mooi voor elkaar hadden gekregen!

Wil je meer weten over de geschiedenis van de Osse woonwagenbewoners? Abonneer je op deze site, dan krijg je een melding als er een nieuw artikel verschijnt. Of volg de Facebookpagina https://www.facebook.com/woonwagenverkenningen/. Heb jij zelf Osse woonwagenbewoners als voorouders, stuur me gerust een berichtje als je er meer over wil weten of wil vertellen!

Dit artikel is eigenlijk een schot voor de boeg. Mijn onderzoek naar de geschiedenis van de Osse woonwagenbewoners is nog lang niet afgerond. Hier kun je er meer over lezen. Grappig detail: deze meneer waarover ik alweer een paar jaar geleden schreef, bleek ook stamvader te zijn van woonwagenbewoners. Twee van zijn kleindochters trouwden met een R!

Je emailadres wordt niet getoond. Naam en email zijn verplicht