Ex-grenadier, pseudo-geestelijke

Op 8 augustus 1850 zagen de inwoners van Casteren bij Hoogeloon een bijzondere persoon verschijnen. Een geestelijke, met zijn gewaden, zijn paternoster en zijn priesterhoed! De jongeman stelde zich voor als Willem Aloysius, een Dominicaner monnik uit het klooster van Tienen, in België. Misschien omdat de dorpelingen hem niet erg Belgisch vonden praten, vertelde hij nog dat hij oorspronkelijk uit Oirschot kwam. Hij vroeg de inwoners van Casteren om aalmoezen voor zijn klooster, en vertelde ook dat hij opdracht had gekregen van de overste van het vrouwenklooster in Tienen om geschikte meisjes voor dat klooster te zoeken. Het lukte hem om twee meisjes uit Casteren uit gegoede families over te halen om zich aan het klooster te verbinden. Uiteraard waren er kosten aan verbonden om deze meisjes naar hun bestemming te begeleiden, hij kreeg er maar liefst f 50 en f 39 voor. Nadat de transactie voldaan was, reisde hij met de meisjes naar

drie hespen
Calvarie op de bloedberg, tafereel in de Drie Hespenstraat, Antwerpen

Antwerpen, waar hij ze in herberg De Drie Hespen, waarschijnlijk in de gelijknamige straat in het oude centrum van de stad, achterliet. Familieleden van de meisjes kregen achteraf achterdocht, zijn het gezelschap achterna gereisd en troffen de meisjes in verlaten toestand aan. Kennelijk had deze zogenaamde monnik ook in Acht, onder Woensel, mensen op vergelijkbare wijze opgelicht. (Naar een bericht in De Noord-Brabanter, 22-08-1850)
De officier van Justitie schreef direct een opsporingsbericht uit:

SIGNALEMENT

van een onbekende, zich uitgevende te zijn een Dominicaner monnik, gekleed met een lang wit onderkleed waarover een breed scapulier, een kort zwart bovenkleed waaraan een kap met een gewone priesterhoed op het hoofd , en dragende aan de zijde een langen Paternoster met een groot Kruis; hij zegt te Oirschot geboren en genaamd te zijn Willem Aloysius Leijten; hij is van middelbare lengte, bleek van aangezicht, heeft donkerbruin haar en ogen, en is tenger van postuur. Hij geeft voor de last te hebben om voor een vrouwenklooster in België meisjes aan te nemen en tevens voor zijn klooster jongelieden op te zoeken, en is er in geslaagd in dit Arrondissement onder dat bedrieglijke voorgeven zich diverse sommen te doen ter hand stellen. Hij is op de 12e dezer naar Antwerpen vertrokken, en heeft aldaar in het logement “de drie Hespen” de door hem voor het klooster aangenomen meisjes verlaten, zonder verder iets van zich te doen horen. De Officier van Justitie te Eindhoven verzoekt alle Ambtenaren van Justitie en Politie op zodanige persoon hun aandacht te vestigen, en daartoe termen vindende dezelve aan te houden en naar de Officier op te zenden.
(Uit: Provinciaal Dagblad van Noordbraband en ’s Hertogenbossche Stadscourant, 27-08-1850)

Vervolgens kwam de Rotterdamsche Courant op 11 september 1850 met een vergelijkbaar bericht over deze man die zich voordeed als Dominicaner monnik in de omgeving van Eindhoven. Volgens deze krant probeerde deze persoon niet alleen meisjes voor een vrouwenklooster te ronselen, maar ook jongemannen voor zijn eigen klooster, waartoe hij zich door de plattelandsbewoners liet betalen en de jongeren tot Antwerpen begeleidde, waarna hij zich uit de voeten maakte. De krant schrijft verder dat deze oplichterij hem al een paar keer in genoemd arrondissement was gelukt, zonder dat de actieve marechaussee hem had kunnen achterhalen. Dit kwam omdat hij zich nu hier, dan daar en telkens in andere kleding vertoonde, maar volgens deze krant zal hij niet lang meer kunnen ontkomen, zolang hij zich binnen deze provincie zou blijven ophouden. Ook had de krant vernomen  dat de marechaussee uit Den Bosch hem gedurende een hele dag achtervolgd had, maar het spoor bijster raakte bij Loon op Zand . En verder meldde de krant: “Thans horen wij, dat de oplichter eigenlijk genaamd is V. d. K. uit Boxtel herkomstig en gedeserteerd is van het corps grenadiers.”
Pas na drie jaar kon men deze oplichter, die Willem van de Kerkhof bleek te heten, arresteren:

 ‘s Hertogenbosch, 15 Maart. Gisterenavond is te Boxtel, door het beleid van de burgemeester gearresteerd de zo zeer beruchte Willem van de K., welke beticht wordt, van onder de dekmantel van godsdienst, een menigte oplichterijen gepleegd te hebben; hij was als kloosterbroeder gekleed. Naar men verneemt, is hij reeds geboeid alhier in het huis van arrest overgebracht.
(Nieuwe Rotterdamsche Courant, 18-03-1853)

Willem van de Kerkhof werd voor de krijgsraad gebracht, en streng gestraft:

’s Hertogenbosch, 1 Juni. Gisteren werd alhier voor het front der parade afgestraft een grenadier, behorende tot het regiment grenadiers en jagers, door den Provincialen Krijgsraad van Noord-Brabant veroordeeld tot vervalling van de militairen stand en tot opsluiting in een rasp- of tuchthuis voor de tijd van 5 jaren, ter zake van eerste desertie in tijd van vrede en bedrieglijke oplichting. Deze persoon, geboren te Boxtel, had in het jaar 1850 zijn garnizoen te Delft verlaten en zich naar België begeven, waar bij zich te Brussel de kleding van een Franciscaner monnik had weten te verschaffen. Onder deze vermomming was hij naar herwaarts teruggekomen en had daardoor zich niet alleen aan de vervolgingen wegens zijn gepleegde desertie weten te onttrekken, maar ook verscheiden jongelieden van beider kunne hier te lande weten wijs te maken, dat hij voor een klooster in België kloosterlingen moest aanwerven, waartoe hij echter van de liefhebbers, want er deden zich werkelijk liefhebbers op, vooraf een zekere som vorderde, bij wijze van handgeld. Toen hij echter vervolgens met zijn rekruten in een logement was gekomen, vertelde hij hen, dat hij hun Hollandse geld tegen Belgische munt zou gaan wisselen. Hij verwijderde zich dan ook, maar vergat, om tot die hem gevolgd waren, in het logement, waar hij hen had achtergelaten, terug te keren. Menigmaal schijnt hij op die wijze ons land verlaten en wederom bezocht te hebben, totdat hij eindelijk, over Pruisen, nogmaals gerepatrieerd werd na een bijna driejarige afwezigheid en na wellicht ook in laatstgemeld land menigeen tot dupe van zijne geheel vreemdsoortige industrie te hebben gemaakt. Hij werd gearresteerd in de ouderlijke woning te Boxtel en aan de militaire justitie overgeleverd. Over de lichtgelovigheid van de goede lieden in de streken, die deze grenadier-monnik tot het toneel van zijn oplichterijen had gekozen, kan men zich waarlijk niet genoeg verwonderen.
(Prov. Gron. Cour.) Leydse Courant, 08-06-1853

***
Meer lezen over Brabantse schurken? Lees bijvoorbeeld dit verhaal over de Oirschotse struikrover! Meer over Casteren, Hapert en Hoogeloon: hier en hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *