De geschiedenis van de reizigers van Oss

Als antropologisch opgeleide onderzoeker interesseer ik mij voor groepen die aan de rand van de samenleving staan en functioneren met andere belangen en gebruiken dan de gemiddelde burgers. Al eerder, bij mijn Coudewater-onderzoek, stuitte ik op een reizigersvrouw. Ik merkte toen al dat er weinig historisch onderzoek naar reizigers is gedaan. Wanneer woonwagenbewoners zelf de publiciteit zoeken, gaat dat vaak over het recht om op hun manier te wonen en hun specifieke cultuur te handhaven. Maar wat is die cultuur? Waarom wil men die zo graag handhaven of vernietigen? Waar kwamen ze eigenlijk ooit vandaan? Toen een paar maanden geleden Oss én de woonwagenbewoners landelijke publiciteit kregen toen de zogenaamde “Godfather van Brabant” opgepakt werd, besloot ik om een poging te wagen om de geschiedenis van de Osse reizigersfamilies in kaart te brengen.

Op zoek naar de oorsprong

In Nederland, en zeker in Brabant, leefden in de negentiende eeuw veel mensen met een reizend bestaan en met typerende beroepen: venters, kooplui, ruilebuiters, scharenslijpers, stoelenmatters, bezembinders, muzikanten. Geen buitenlandse etnische groepen zoals Roma, maar geboren en getogen Nederlanders. Ook in mijn eigen stamboom heb ik ze. Maar waarom zijn mijn voorouders in huizen blijven of gaan wonen, terwijl anderen overstapten naar woonwagens? Sinds 2014 is de woonwagencultuur opgenomen in de lijst van Nederlands immaterieel cultureel erfgoed. Maar deze cultuur is relatief nieuw. Woonwagens verschenen pas in het straatbeeld rond 1880. Dus wat waren de omstandigheden waardoor die specifieke cultuur gevormd werd?

Dit zijn vragen waarop ik antwoord hoop te krijgen. Er bleek slechts één onderzoek gedaan te zijn naar de Osse woonwagenbewoners, een sociologisch onderzoek, in de jaren zestig. Deze onderzoeker suggereerde dat de Brabantse woonwagenbewoners afstammen van zwervende huurlingen en bendes. Annemarie Cottaar, heeft dit in haar proefschrift Kooplui, kermisklanten en andere woonwagenbewoners, groepsvorming en beleid 1870-1945 overtuigend weerlegd. Maar waar kwamen ze dan wel vandaan?

Oss als casus

Het is ondoenlijk om de geschiedenis van alle Nederlandse of zelfs Brabantse woonwagenbewoners in kaart te brengen, daarom concentreer ik mij op Oss. Oss heeft “altijd” (dat wil zeggen vanaf het begin van de 20e eeuw) een relatief groot aantal reizigers gehad als verhouding op de totale bevolking. Alsnog is Oss geen wereldstad, dus qua omvang is dit onderzoek nog wel te doen voor een persoon. Groot voordeel voor mij, al helemaal tijdens de Coronacrisis: het Brabants Historisch Informatiecentrum loopt voorop bij het digitaliseren van historische documenten, dus er is veel online informatie beschikbaar. Ik hoop dat dit onderzoek de plaatselijke geschiedschrijving kan aanvullen. Misschien biedt het aanknopingspunten om ook elders onderzoek te doen naar de geschiedenis van reizigers. Want ook het verhaal van deze veerkrachtige mensen verdient een plaats in de Nederlandse geschiedenis.

Mijn aanpak

De meeste boeken en artikelen over woonwagenbewoners gaan over de moderne tijd, over standplaatsen en uitsterfbeleid. Er is nauwelijks historisch onderzoek gedaan naar inheemse reizigers. Wel heeft historica Annemarie Cottaar belangrijk onderzoek verricht om te begrijpen hoe woonwagenbewoners een aparte groep zijn geworden. Zij onderzocht met name het overheidsbeleid met betrekking tot woonwagenbewoners, en zoomt in op twee regio’s, Den Haag en Overijssel. Nu ben ik zelf geen historica, en meer geïnteresseerd in Noord-Brabant dan in Zuid-Holland of Overijssel. Maar de meest voor de hand liggende onderzoeksmethode van antropologen, participerende observatie, kan ik niet toepassen bij dit onderzoek. De mensen die ik onderzoek zijn immers al langer dan honderd jaar geleden gestorven. Daarom gebruik ik stamboomonderzoek. Hiermee kan ik onderlinge relaties, familiebanden en overlevingsstrategieën, die een rol hebben gespeeld bij de vorming van een aparte cultuur, in kaart brengen. Een voordeel van stamboomonderzoek is dat ook de levenswijze van vrouwelijke reizigers, die meestal onzichtbaar zijn in overheidsbeleid en literatuur, en hun rol binnen de groep in beeld komen.

Eenzijdige bronnen

Een nadeel van archief- en stamboomonderzoek is dat de beschikbare bronnen incompleet en nogal eenzijdig zijn. Dat vereist dus een kritische blik. Reizigers zelf waren doorgaans analfabeet, dus alle geschreven bronnen gingen óver hen. Doordat ze weinig bezittingen hadden hoefden er maar zelden notariële akten worden opgemaakt. Wel tref je ze veelvuldig aan in gevangenisregisters, historische kranten, strafrechtelijke vonnissen en politiebladen. Meestal vanwege typische armoededelicten zoals stropen, openbare dronkenschap, bedelarij en landloperij. Ook akten van de burgerlijke stand en bevolkingsregisters zijn verhelderend, omdat hierin meestal het beroep en de woon- of verblijfplaats werden vastgelegd. Verder zijn er soms notities en opmerkingen die aanwijzingen geven. Soms maakte een ambtenaar een aantekening als: “reizend in een woonwagen”. En wat te denken van een pastoor die het nodig vond om in het doopboek te noteren: “Deze mensen zijn zwervers”? Een voor een doopboek overbodige, maar voor onderzoekers fijne notitie!

Huidige stand van zaken

Ik heb binnen het programma Aldfaer een database aangelegd, waarin nu ruim tweeduizend personen zijn opgenomen. Deze personen hadden vrijwel allemaal Oss als geboorte-, woon- of overlijdensplaats. Ik begon mijn stamboomonderzoek met één familie waarvan de voorouders al in de 16e eeuw in Oss woonden, maar inmiddels bevat mijn database ook vele ongerelateerde personen. Het belangrijkste criterium om in mijn database te worden opgenomen is dat deze persoon en/of hun partner en/of hun nakomelingen een reizende leefstijl hadden. Ook moeten ze volgens de bevolkingsregisters Oss als woonplaats hebben gehad. Mijn focus ligt op het tijdperk 1811-1918. In 1811 werd de burgerlijke stand ingevoerd. Mensen met reizende beroepen bestonden al voor 1811, maar pas in de loop van de negentiende eeuw namen zij in aantal toe, dus dit is een prima startpunt. In 1918 werden woonwagenbewoners vergunningplichtig, vanaf deze datum is het bestaan van de woonwagencultuur als aparte cultuur definitief. De reden dat ik het vergunningenregister van Oss van 1918 niet als uitgangspunt heb genomen (als je hier interesse voor hebt: je kunt dit bij het BHIC inzien) is dat hier relatief veel reizigersfamilies in staan die op doorreis waren, terwijl er verschillende Osse families ontbreken omdat die een vergunning in een andere plaats hadden verkregen.

Van de personen in mijn collectie zijn geboorte-, trouw- en sterfdata genoteerd, plus alle overige informatie, zoals beroepen, signalementen, processen-verbaal, adressen, inschrijvingen in gevangenissen, politiebladen, historische kranten, notariële akten, maar ook soms vriendschappen, samenwerkingen of vijandelijke relaties.

Vermoedens

Tijdens het verzamelen van deze gegevens zijn bij mij een aantal vermoedens gerezen. De volgende stap is onderzoeken of die vermoedens kloppen.

  1. Dat wat nu “woonwagencultuur” genoemd wordt is in de 19e eeuw ontstaan, al voor het bestaan van woonwagens.
  2. In Oss heeft het marktleven een belangrijke rol gespeeld bij het aantrekken en onderling verbinden van reizigers.
  3. Ossenaren gingen pas begin 20e eeuw in woonwagens wonen.
  4. Woningnood en bevolkingsdruk speelden een belangrijkere rol bij het gaan wonen in een woonwagen dan de noodzaak een verplaatsbaar huis te hebben.
  5. Vrouwen fungeerden als cultuurdoorgevers. Het was de leefstijl van moeders die bepaalde of kinderen reizigers werden.
  6. Analfabetisme zorgde voor afhankelijkheid van autoriteiten, terwijl ze die juist wilden vermijden.
  7. Institutionalisering (rijkswerkinrichtingen, opvoedings- en bedelaarsgestichten) heeft de cultuurvorming gestimuleerd.
  8. De Osse woonwagencultuur is voortgekomen uit armoede.

Ook wil ik dieper in het begrip reizigerscultuur duiken. Welke kenmerken waren doorslaggevend bij het vormen van die cultuur? Als je binnen stambomen kijkt, welke omstandigheden zie je steeds weer terugkomen?  Met andere woorden: kun je voorspellen of iemand een “burger” of reizend bestaan zou gaan leiden? Het is ook belangrijk om de economische geschiedenis van Oss te betrekken bij het onderzoek.

Tot slot

Als je benieuwd bent naar de voortgang van mijn onderzoek en of die vermoedens van mij kloppen of volslagen onzin zijn, abonneer je dan op deze site. Hier zal ik geregeld bijzonderheden, zijwegen en interessante vondsten delen. Ook heb ik op Facebook een pagina: woonwagenverkenningen. Ik hoop het verhaal van de Osse reizigers uiteindelijk te publiceren, zodat iedereen die belangstelling heeft voor de geschiedenis van woonwagenbewoners of voor Oss het kan lezen.

Heb je vragen, opmerkingen of aanvullingen voor mij? Stuur mij gerust een berichtje!

Omslagfoto: opening van woonwagenkamp Vorstengrafdonk, 1976, foto Paul van der Werff, via Stadsarchief Oss

Misschien ook interessant...?

One thought on “De geschiedenis van de reizigers van Oss

  1. Bert Pieterse

    april 30, 2020 at 9:42pm

    Hallo,
    De foto van het woonwagenkamp hier boven dit artikel, is die echt gemaakt bij de opening in 1976? het woonwagenkamp bestond toch al veel langer, mijn vader was daar hoofd van de school en is in 1970 gestorven, maar toen bestond het nieuwe kamp al meerdere jaren. De foto lijkt wel uit de tijd rond 1976, maar verder is me niet alles duidelijk!
    Waar vind ik nog meer informatie uit je onderzoek, ik ben wel geïnteresseerd in de geschiedenis van dat woonwagenkamp.
    Vorig jaar is er hier in Oss een boek verschenen, uitgegeven door Jumbo van Bergen over de geschiedenis van Oss, maar daar werd het hele woonwagenkamp zelfs niet in vermeld! Slechte zaak vond ik dat.
    Groeten

    • Auteur

      Marita

      mei 1, 2020 at 4:38pm

      Hallo Bert, bedankt voor je reactie. Ik vond het ook jammer dat er geen ruimte voor het woonwagenkamp was ingeruimd in het boek van Jumbo van Bergen. Misschien vanwege het gebrek aan historische foto’s? Het bijschrift bij de foto heb ik van het stadsarchief overgenomen, maar je hebt volkomen gelijk, het kamp bestond al veel langer, dat bijschrift kan niet kloppen. Misschien was het koninginnedag? Ik zal de foto op mijn Facebookpagina Woonwagenverkenningen plaatsen, misschien herkennen mensen zichzelf of de situatie. Dat zou leuk zijn! Mijn onderzoek richt zich hoofdzakelijk op de negentiende eeuw, dus ik heb weinig informatie over het kamp Vorstengrafdonk. Maar je kunt wel nieuwsberichten vinden als je in Delpher.nl zoekt op bijvoorbeeld “woonwagencentrum Oss”. Verder zal jij het onderzoek De Bevolking van een Woonwagencentrum: Sociologisch onderzoek van het regionale kamp te Oss van Herman de Beer wel interessant vinden. Je kunt het bij het stadsarchief Oss opvragen en inzien, niet lenen helaas. Het is van 1966, dus uit de tijd dat jouw vader daar werkte. Volgens mij wordt daar ook in verteld wanneer het woonwagenkamp er kwam. Succes!

Je emailadres wordt niet getoond. Naam en email zijn verplicht